Sinds enkele weken worden families vastgehouden in gesloten centra voor mensen zonder wettig verblijf. Dit doet de voortrekkersrol van ons land teniet in (wat betreft?) onderzoek naar en toepassing van alternatieve oplossingen voor de opsluiting van kinderen. We gaan op deze manier zelfs 10 jaar terug in de tijd, naar een periode waarin de vrijheidsberoving van minderjarigen ons maar liefst drie veroordelingen door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens opleverde.

De beslissing om een detentiecentrum te creëren waarin families zonder wettig verblijf worden opgesloten, inclusief kinderen, wordt ook vandaag unaniem bekritiseerd en veroordeeld. De Europese Commissaris voor Mensenrechten Nils Muižnieks vroeg in januari 2017 al met aandrang aan België om dit project onmiddellijk te staken. Verschillende internationale instanties zoals UNICEF, Amnesty International en het VN-Comité voor de Rechten van het Kind volgden hem in deze oproep tot een verbod op dit soort praktijken in de gehele Europese Unie. De Hoge Commissaris voor Vluchtelingen van de VN herinnerde er recentelijk nog aan dat “kinderen, en dan vooral diegenen die in een land toekomen op zoek naar internationale bescherming, een extreem kwetsbare groep (zijn) met nood aan specifieke zorgen. We moeten hen dan ook eerst en vooral als kinderen behandelen, en niet als vreemdelingen in onwettig verblijf.”

Naast bovenstaande verklaringen, kwam er ook nog eens de mobilisatie van talrijke Belgische politieke vertegenwoordigers, meer dan 300 organisaties en duizenden burgers. De detentie van volwassenen zonder wettig verblijf is op zich al een controversieel onderwerp, maar deze algemene verontwaardiging toont aan dat de vasthouding van kinderen compleet onaanvaardbaar is, zowel in de publieke opinie als vanuit juridisch oogpunt. Zoals UNICEF onlangs terecht opmerkte aan België: “De vasthouding van kinderen omwille van migratie houdt een schending van hun rechten als kind in en is te allen tijde in strijd met het beginsel van het hoger belang van het kind.” Zoals bepaald in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind – een overeenkomst die nochtans door België geratificeerd werd en vermeld wordt in onze Grondwet– moet het hoger belang van het kind steeds primeren in de beslissingen die door de Staat worden genomen.

Ondanks alle opschudding en protest werd een eerste familie op 14 augustus 2018 opgesloten in het Centrum 127bis in Steenokkerzeel. Wetende dat dit een beslissing is die sowieso al met argusogen werd gevolgd, verbaasde het ons nog meer dat het ging om een familie afkomstig van de minderheid die het meest wordt gediscrimineerd en benadeeld in Europa: de Romagemeenschap. Het gezin bestaat uit een moeder, haar 1-jarige peuter en nog 3 broers en zussen jonger dan 7 jaar. De vier kinderen werden allemaal in België geboren. Hun vader, die tijdelijk in de gevangenis verblijft, heeft geen erkende nationaliteit en kan daarom niet worden uitgezet. Een repatriëring houdt daarom onvermijdelijk in dat de kinderen van hun vader moeten scheiden. Naast het trauma die deze breuk ongetwijfeld met zich meebrengt, wordt de familie bovendien nog kwetsbaarder eens ze worden teruggestuurd naar een land waar de kinderen niet thuis zijn.

De familie is een stuk beter geworteld in België dan in Servië, het land dat hun moeder al verliet als adolescent en waar ze slechts verre herinneringen aan overhoudt. Aangezien al hun andere familieleden in België of het buitenland wonen, beschikken ze in Servië niet over materiële middelen of familiale banden waar ze ter plekke beroep op kunnen doen. De vier kinderen zijn in Vlaanderen geboren en gaan er naar school, ze praten beter Nederlands dan Servisch. Hun gebrek aan een band met Servië en het feit dat het gezin al jaren verankerd is in België, draagt alleen maar bij aan de absurditeit van deze keuze voor opsluiting en uitzetting. Kinderrechtcommissarissen Bernard de Vos en Bruno Vanobbergen vatten samen: “België kiest ervoor om een alleenstaande moeder naar een mogelijk vijandig gebied te sturen, zonder enig netwerk of inkomen, waardoor ze het risico loopt haar vier kinderen – die allen in dit land geboren werden – bloot te stellen aan mensonwaardige en vernederende levensomstandigheden.”

Dit doet helaas denken aan de arrestatie en collectieve uitwijzing in 1999, bijna 20 jaar geleden, van Slovaakse Roma-families, die België toen ook al verschillende veroordelingen van internationale instanties uitleverde. Nog veel recenter werd België voor uitwijzing van een Roma-familie naar Servië eveneens veroordeeld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat op basis van verschillende rapporten duidelijk kon aantonen dat “Serviërs van Roma-afkomst in eigen land gediscrimineerd worden en er leven in mensonwaardige omstandigheden, zonder toegang tot gezondheidszorg, huisvesting of onderwijs.” Het Hof voegde er nog aan toe dat er rekening moest worden gehouden met “de factoren van kwetsbaarheid die meespelen in de situatie van de verzoekers, namelijk de aanwezigheid van een ernstig gehandicapt meisje en jonge kinderen waaronder een zuigeling.” . Afgaande op dit arrest lijkt het evident dat de familie die momenteel wordt vastgehouden in het Centrum 127bis in Steenokkerzeel, bestaande uit jonge kinderen en afkomstig van de Roma-minderheid die erg kwetsbaar is voor dit soort discriminaties, beroep zou kunnen doen op eenzelfde legitimiteit inzake hun asielaanvraag en vrees tot vervolging.

Ondertussen wordt het gezin al meer dan 3 weken vastgehouden. Dat terwijl het Koninklijk Besluit inzake de voorwaarden voor opsluiting van kinderen een maximale periode van 2 weken voorschrijft, enkel hernieuwbaar op basis van een positief advies over de medische en psychologische toestand van de kinderen. Ondanks de alarmerende rapporten van kinderarts Paulette De Backer en de herhaaldelijk geuite bezorgdheid van medische experts, heeft de Dienst Vreemdelingenzaken ervoor gekozen zich te baseren op een observatierapport geschreven door een personeelslid van het gesloten centrum. Bovendien mochten we net vernemen dat er sprake is van een onbepaalde verlenging van de detentie van dit gezin, ondanks het feit dat de maximale detentieperiode van 4 weken bijna bereikt is. Dit is niet alleen illegaal in de ogen van het Koninklijk Besluit, maar bovendien doen we deze kinderen, wiens angst en onrust in het centrum dagelijks groeit, onaanvaardbaar geweld aan.

België toont zich vandaag opnieuw van haar slechtste kant door deze flagrante schending van het internationaal recht. Wij eisen de vrijlating van het gezin dat is opgesloten in het Centrum 127bis in Steenokkerzeel. Wij eisen de stopzetting van elke opsluiting van gezinnen met kinderen, ongeacht de reden die ervoor wordt gegeven.

Wij willen er bovendien op wijzen dat de keuze om net deze familie als eerste gezin op te sluiten in het centrum niet toevallig is. Het wordt tijd dat we stoppen de kwetsbaarheid van Roma’s te gebruiken als inzet voor de beperking van de algemene rechten en verworven vrijheden van eenieder mens.


Centre de Médiation des Gens du Voyage et des Roms